+31 (0) 621294377
journalist, Amsterdam

Ali

2013 ⋅ Tekst

Als stagiaire in New York moest ik een uur eerder op kantoor zijn dan mijn collega’s. Lichten aan, deuren open, opstarten. Mijn aanwezigheid werd steekproefsgewijs gecontroleerd. Als ik de telefoon niet opnam zou ik worden bespot.

Het moet ergens in de pubertijd geweest zijn, dat ik het opstaan ben verleerd. Voor tien uur voelt mijn lichaam als een flatgebouw. Als ik eindelijk de deur uit was, moest ik het eiland Manhattan oversteken. Waarom zijn er geen directe metroverbindingen die horizontaal gaan? Het kwam erop neer dat ik op een lege maag, heel veel en heel hard moest  rennen. De steken in mijn zij kan ik op commando weer tevoorschijn halen als ik aan die ochtenden in 2012 denk.

Gelukkig was er Ali. Ali was een Egyptische New Yorker en de trotse eigenaar van van Sara’s Coffee. Het eettentje vernoemd naar zijn dochter die hij zo miste. Binnen een week had Ali mijn ochtendroutine al door en vanaf dat moment stond mijn koffie om kwart over 8 klaar op de toonbank. “See you at lunch” riep hij me na terwijl ik de koffie weggriste en de deur uit stormde. Als ik terugkwam in de middag om hem te betalen, gaf hij me een banaan (ik moest gezond eten). Hij werd boos als ik mijn haar niet had geföhnd. “No more wet hair tomorrow!” We hadden leuke gesprekjes over van alles. Niet heel diep, niet heel lang. Ik heb Ali natuurlijk nooit echt leren kennen, maar hij was er. Toen ik hem aan het eind van mijn stage gedag zei, stapte hij achter de toonbank vandaan, gaf me een knuffel en een armbandje. Ik moest beloven om terug te komen. Ik beloofde het.

Een jaar later stapte ik, in alle rust, in de metro naar Sara’s Coffee. Ik had mijn fototoestel meegenomen. Ik stak de straat over en herkende het logo van de farao. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat er niemand binnen was. De deuren waren dicht, een lege toonbank, de koffiemachine was weg. Een bordje. FOR RENT.

Ik ben die middag met vrienden in het park gaan liggen en heb Ali niet meer gezocht.