+31 (0) 621294377
journalist, Amsterdam

EXMO’s: Zij lieten het Mormoonse geloof voor wat het was

2012 ⋅ Tekst

In Utah, de meest rechtse staat van Amerika, is de Mormoonse kerk toonaangevend. Maar in Salt Lake City wonen ook afvalligen. Ze noemen zichzelf Exmo’s. Een ontmoeting met drie jongens, die hier alles vanaf weten.

Op de Mormoonse Brigham Young University (BYU) in Utah, is het verboden om als jongen een baard te dragen. Tenzij je in het bezit bent van een“Beard Pass”: een  verklaring van de huisarts waarin staat dat je een baard moet dragen uit medische noodzaak, bijvoorbeeld acne. Andrew (links), zat op BYU en is regelmatig op het matje geroepen om zijn baard. “Ik heb hem steeds weer af moeten scheren, maar altijd weer laten groeien.”

Andrew, Jack (rechts) en Gregory (midden) zijn drie Exmo’s uit Salt Lake City. Ze zien er hip uit. Een tikje ruig misschien: ze hebben baarden en tatoeages. Ik ontmoet ze in een bioscoopzaal waar het tweede debat tussen president Barack Obama en zijn uitdager Mitt Romney wordt uitgezonden. Romney is de eerste Mormoonse presidentskandidaat in Amerika en dat ligt over het algemeen erg goed in Utah.  De drie jongens winden er echter geen doekjes om: “Mitt Romney zou een ramp zijn voor ons land.”  Jack, de meest vocale van het stel, brult tijdens het debat regelmatig een grap door de zaal. Als Romney oppert dat belastingaftrek op spaarrekeningen een goed idee is, maakt Jack van zijn handen een klankkast en roept hij: “YEAH MITT, FOR YOU”. De zaal met twintigers en dertigers lacht en Jack grinnikt.

Het ExMo zijn betekent voor deze jongens niet dat ze stilletjes het geloof achter zich hebben gelaten. Integendeel. Alledrie vinden ze hun manier om het onderwerp onder de aandacht te brengen. Andrew, een filmmaker, heeft dat gedaan in zijn documentaire CleanFlix. Deze gaat over hoe de Mormoonse kerk films censureert en complete scènes weg monteert. Greg, een journalist, heeft een groot achtergrondverhaal geschreven waarin Ex-Mormonen die worstelen met hun verleden aan het woord komen.

Voor de jongens was de keuze voor een ander leven niet gemakkelijk. Gregory zegt: “Het is voor veel ExMo’s ontzettend pijnlijk om een religie achter zich te laten waar ze zo veel tijd en energie in hebben gestoken. Het is een levensstijl die een fundamenteel onderdeel vormt van de familie waarin je bent opgegroeid”. Gregory is nog steeds close met zijn ouders. “We zoeken andere raakvlakken dan het geloof, en die zijn er wel.” Ik vroeg me af wanneer hij heeft besloten om geen Mormoon meer te zijn. Gregory denkt even na. “Het ging geleidelijk. Ik vond het als kind altijd verschrikkelijk om naar de kerk de moeten. Maarja, welk kind vindt dat nou niet”? Pas later, toen ik onafhankelijk ging nadenken besefte ik dat ik het er fundamenteel mee oneens ben.”

Ook bij Jack en Andrew, die zelfs als missionaris op reis zijn geweest om  mensen te bekeren  (Jack in Florida, Andrew op de Filippijnen), was het een geleidelijk proces voordat ze hardop durfden te zeggen dat het boek van Mormon “onzin” was. Jack zegt: “Ik denk dat ik tijdens mijn missie in Florida ben gaan twijfelen. Ik dacht: “Waar ben ik in vredesnaam mee bezig?” Andrew voegt toe: “Het is allemaal zo scheef. Ik ken mensen die zichzelf nu als keurige, perfecte  Mormonen profileren en op de universiteit aan soaking deden. Dat is een typisch Mormoonse techniek om de “maagdelijkheid” te bewaren. Het gaat zo: je hangt je piemel erin maar je beweegt hem niet. Ik maak geen grap. Het zou heel erg zijn als een Mormoon de president van Amerika wordt.”