+31 (0) 621294377
journalist, Amsterdam

Over Groen (PUPMAG)

2015 ⋅ Tekst

Mensen ontstonden tussen de bomen, planten en het gras. Waarschijnlijk zijn we ons er niet meer van bewust, maar onze ogen hebben zich uitstekend ontwikkeld in het onderscheiden van heel veel tinten groen. Dit had vroeger een praktisch nut; overleven in de natuur en geen nuance missen van onze omgeving. Dit evolutionaire gegeven gaat nog steeds op en groen is nog altijd de makkelijkste kleur om te zien. Het fijne gevolg is dat wij hier in 21ste eeuw veel plezier van hebben. We zien de uiteenlopende groenen van artisjok tot olijf en van pastel tot mos. En niet alleen dat, groen licht helpt onze ogen in het donker. Vandaar dat je nachtbril (wie heeft hem niet) een groen filter heeft. Nu is het tijd om die groene bril eens af te zetten. Want eigenlijk bestaat de kleur groen helemaal niet. Groen bestaat uitsluitend in ons hoofd.

Kleur. Het is wat onze hersenen maken van het licht dat via onze pupillen het netvlies binnenkomt. De lichtdeeltjes die wij als groen zullen zien, hebben een golflengte van tussen de 495 en 570 nanometer. Als dat licht eenmaal bij ons binnenkomt, wordt het opgevangen door kegels die gaan trillen en een elektrisch signaal naar de hersenen sturen. Groen licht an sich heeft dus helemaal geen kleur maar is de chemische reactie die ontstaat door lichtgolven, die maken dat we groen ervaren.

Groen een primaire kleur

Groene verf maak je door blauwe en gele verf te mengen. We leerden op school dat groen een secundaire kleur is. De primaire kleuren waren immers rood, blauw en geel. Samen vormden ze de magische formule waarmee je alle kleuren kunt mengen. Maar in ons netvlies gelden andere wetten. Het is een beetje een technisch verhaal, maar het opvangen van licht (en vervolgens kleur) door onze ogen  is niet hetzelfde als het mengen van tastbare pigmenten. De drie kleuren die ons netvlies opvangt zijn rood, blauw en, let op, groen! Daarom is groen wel degelijk een additieve primaire kleur.

Als we naar een schilderij kijken, dan zien we het licht dat door het  schilderij wordt gereflecteerd. Bepaalde pigmenten worden geabsorbeerd door het canvas en komen dus niet meer terug als lichtgolf. Wat wij groene verf noemen, is verf die rood en blauw licht absorbeert. Dit onderstreept nogmaals dat groen dus echt pas in onze hersenen ontstaat. Groen kun je niet voelen, ruiken of horen. En daarmee komen we terecht bij nog een fascinerend feit. Groen is een ervaring waar we een betekenis aan koppelen. Die betekenissen zijn misschien nog wel interessanter dat het natuurkundige proces.

Groene Gedachten

Hoe meer onderzoek er wordt gedaan naar kleurenperceptie, hoe meer vragen er ontstaan. Befaamd componist Frank Zappa zei ooit: ‘Schrijven over muziek is als dansen over architectuur’. Dan is schrijven over groen als hardlopen over toneelspelen. Of zoiets.

Maar laten we het met een frisse, groene blik bekijken! De waarneming van een kleur bestaat uit biologische en linguïstische variabelen. Biologisch, omdat groen ontstaat op ons netvlies en linguïstisch omdat we namen geven aan de dingen die we zien. Taal beïnvloedt onze gedachten, en bij groen hebben we al eeuwen lang, veel gedachten.

Groen spreekt tot de verbeelding en heeft vanaf het begin der tijden een grote invloed gehad op onze cultuur en onze perceptie op de wereld. Het woord groen stamt af van het Hoog Duitse gruoen en heeft dezelfde linguïstische herkomst als het woord gras en het woord groei. Dit geldt ook voor andere talen zoals het Latijn: (viridid) en alle daaruit voortkomende Romaanse talen zoals Spaans en Frans (verde, vert). Ook in het Slavisch (zelem)  valt het woord groen te herleiden tot  groei en planten. De gemene deler is duidelijk; leven, vruchtbaarheid en natuur. Niet zo gek dus, dat groen een populaire lievelingskleur is. Zo ook van Siri – het pratende robotje van de I-phone;

‘Siri, what’s your favorite color?’

‘My favorite color is, well, I don’t know how to say it in your language. It’s sort of greenish, but with more dimensions.’ – Siri – Iphone

Groen is niet in elke taal een afgebakende kleur zoals in het Westen. Vooral groen en blauw worden in sommige culturen vaak niet exact van elkaar onderscheiden.  Het Japanse woord ao kan groen maar ook blauw betekenen. Dat ligt maar net aan de situatie. Een blaadje aan een boom is volgens de Japanners wel echt groen. Maar het groen van een stoplicht, dat  heet blauw. In de oud-Arabische poëzie wordt geschreven over de groene hemel.

In de Islam is groen veruit de belangrijkste kleur. Bijna alle Islamitische landen hebben de kleur groen in hun vlag. Groen is de kleur van het paradijs. De Profeet Mohamed  zei: ‘water, het groen en een mooi gezicht zijn de drie universele goedheden.’ In China is groen de kleur van de Yin en vrouwelijkheid.

De donkere kant van Groen

Groen heeft natuurlijk ook negatieve connotaties zoals jaloezie en ziekte. Grappig is dat er in deze ‘negatieve groenen’ vaak een flinke portie geel verwerkt zit. Geligere groenen, hebben iets giftigs. Andere associaties bij het woord groen zijn jong, naïef, en onervaren. Soms is dat positief: ‘een groen blaadje’. In andere subculturen zoals het studentencorps is het ontgroenen een wekenlang ritueel, als je geen groentje meer bent, dan doe je mee. Toch is het de donkere kant van groen nog niet gelukt om het positieve groen te overschaduwen.

Oud en Nieuw

In de Middeleeuwen betekende het dragen van groene kleding dat je het prima voor elkaar had. De kleur werd gedragen door kooplieden en bankiers. In deze harde tijd had men de middelen nog niet om de juiste pigmenten te vinden voor een krachtig groen, het oogde vaak wat flets.

Het ‘vinden’ van groen ging de Oude Egyptenaren een stuk beter af. Zij gebruikten onder andere het kopermineraal malachiet om hun ogen mee te op te maken’ Groen stond ook voor wederopstanding. De Egyptische God van de wederopstanding, Osiris, had een groene huid. De hiëroglief die groen betekende was een papyrusplant. Groen in het Oude Egypte symboliseerde de natuur, het leven en een positieve houding. ‘Groene dingen doen’, was een eufemisme voor positief gedrag, in tegenstelling tot ‘rode dingen doen.

Deze oeroude en positieve betekenis van het groen is nu weer actueler dan ooit. Groen wordt massaal gehuldigd tot de kleur die past bij de veranderingen in onze maatschappij en het willen uitdragen van een groen imago. Zoals niemand is ontgaan, zien we de kolonisatie van het woord groen bijvoorbeeld volop in  het bedrijfsleven.  Corporate Social Responsibility en duurzaamheid zijn belangrijke marketingtrucs waarbij het woord groen veelvuldig wordt gebruikt. Groene energie, groen ondernemen, en vooral een ‘groen’ imago. Iedereen lijkt het te willen.

Maar ook in de privésfeer is ‘groen’ al een poosje aan een opmars onderhevig. Groene planten in je huiskamer, groen als gespreksonderwerp. We doen ons best voor groene vingers, moestuinen en meer groen op ons bord. Groen staat gelijk aan duurzaam, houdbaar en natuurlijk. In de mode zien we groene tuinkleding, wie had dat tien jaar geleden gedacht?

Groen heeft misschien wel net zoveel subtiele betekenissen als dat het tinten heeft. Groen is een beeld, een perceptie en een woord. Groen groeit.