+31 (0) 621294377
journalist, Amsterdam

Interview met Norbert ter Hall

2013 ⋅ Interview

“Als de film wordt zoals hij in mijn hoofd zit, beschouw ik hem als mislukt.”

Voor VERS Magazine 2013

Norbert ter Hall (1966) is behalve regisseur nu ook scenarioschrijver. Zijn nieuwe film &ME is een liefdesverhaal waarin de hoofdrolspelers zich niet laten weerhouden door cultuurverschillen, leeftijd, of hun seksuele geaardheid. In de Europese hoofdstad Brussel raken de hoofdpersonen Eduard, Edurne en Richard op ingewikkelde manier aan elkaar verstrengeld.

norbert ter hall

foto: Carla Kogelman

 

Ik ben café Stanislavski nog niet binnen of mijn naam wordt al geroepen: “Ben jij Laura?” Een blonde vrouw met een bril stelt zich voor als Mirjam. Ze doet de PR van de film &ME. “Norbert is nog even aan het poseren voor foto’s die buiten worden gemaakt, hij kan elk moment komen.”Niet veel later klinken er grote passen door het ruime café. Het is Norbert. “Zijn de foto’s goed gelukt?” “Geen idee, ik hoef ze ook niet te zien. Ze kunnen er nog zoveel maken, met mij wordt het toch nooit wat.” Lachend rolt hij met z’n ogen. Hij lijkt zich op zijn gemak te voelen in de Amsterdamse ontmoetingsplaats waar hij aan de lopende band aan de tand wordt gevoeld over zijn nieuwe film. Zo ook door VERS Magazine…

&ME is een heel groot internationaal project geweest, hoe pak je zoiets in vredesnaam aan?

Norbert lacht. “Ja, als je de vraag op deze manier stelt krijg ik het ook Spaans benauwd. Eigenlijk gaat het andersom; je wilt graag iets vertellen en vanuit daar ga je het per locatie organiseren. Zoiets groeit en uiteindelijk is het dan een groot internationaal project. Natuurlijk begin je niet met alles tegelijk, je begint eigenlijk gewoon heel klein.”

Brussel staat niet echt bekend als een sexy stad. Hoe was die stad als decor voor een romantische film?

“Wat ik er mooi aan vond is dat Brussel een plek is waar landen van elkaar proberen te houden, net zoals mijn karakters dat ook proberen. Brussel is een soort eiland. Mensen komen er van allemaal plekken naartoe en moeten met elkaar om zien te gaan.

Wat viel je op tijdens het werken in verschillende landen?`

“Dat regisseurs in het buitenland veel serieuzer worden genomen. Wat de regisseur zegt, zo is het. In Nederland is de hiërarchie tussen de verschillende functies op de set wel heel sterk, maar het is niet zo dat je daarbuiten niet met elkaar praat. In het buitenland is het raar als je bijvoorbeeld met lichtassistenten zit te lunchen. In Nederland is dat wel heel normaal. Uiteindelijk vonden ze dat natuurlijk leuk en dachten ze “wat is dit voor een gek.””

Je moest waarschijnlijk ook switchen tussen talen. Hoe regisseer je een scène waarvan je de taal niet spreekt?

“Ik weet natuurlijk wat de acteurs zeggen want ik ken de vertaling van het script. Je snapt al snel wat de woorden betekenen. Ik kijk bij het acteren altijd naar de ogen van acteurs. Je ziet gewoon of de emotie klopt en dan doet de taal er niet toe.”

Merk je aan de acteurs dat ze anders acteren als ze in hun eigen taal spreken?

Zeker! Bij Mark Waschke (Eduard in &ME) was het erg grappig dat zijn stem opeens twee octaven naar beneden schoot in het Duits.” Norbert doet met een theatraal lage stem een Duits accent na. “En in het Engels ging het dan meteen weer omhoog, dat gold ook voor Veronica Echegui, er kwam een soort ontspanning in haar zodra zij Spaans sprak.”

Corrigeer je dat dan of laat je het zo?

“Ik laat het zo want het past bij de film. Het verhaal gaat over mensen die in een vreemde taal moeten communiceren dus dat verschil maakt het eigenlijk alleen maar mooier.”

Op je blog schrijf je dat een film soms zichzelf regisseert, wat bedoel je daarmee?

“Er komt een punt waarop een film zijn eigen weg gaat. Als regisseur moet je een balans vinden tussen de controle en het toeval. Als je teveel controle hebt wordt je film doods, maar als je alles aan het toeval overlaat zit er geen structuur in het verhaal. Als de film precies wordt zoals hij in mijn hoofd zit, vind ik hem mislukt. Het moet meer worden dan ik me had kunnen voorstellen.”

Het is de eerste keer dat je voor een film ook als scenarioschrijver hebt gewerkt. Is &ME daarom persoonlijker geworden dan je vorige films die je “slechts” regisseerde?

Norbert kijkt naar beneden en denkt lang na. “Ja, in zekere zin wel. Er zit meer van mezelf in het scenario, en normaal zat alles van mezelf alleen in de regie.”

Kun je een voorbeeld noemen?

“Ik ben erg gefascineerd door “klunen” in het leven. Dat woord gebruik ik vaak als metafoor voor een tijdelijke tussenoplossing. Het is niet perfect, maar het moet soms. Daar zit volgens mij heel veel ontroering en humor in en dat heb ik geprobeerd in het script te verwerken. Dat typeert ook de hoofdrolspelers Edurne (Veronica Echegui) en Eduard (Mark Waschke). Ze willen dolgraag van elkaar houden. Maar van elkaar willen houden is niet genoeg. Er speelt ook iets mee dat je niet kan controleren. Dat wordt duidelijk op het moment dat ze Richard ontmoeten. Daar wint de lust het van de ratio en weetje, dat hoeft niet erg te zijn.”

Denk je dat veel homoseksuelen zich hierin kunnen herkennen?

“Ik denk dat veel mensen zich hierin kunnen herkennen” zegt Norbert streng. “Ik zie het niet als een homofilm. Een van de hoofdkarakters is homoseksueel maar ik denk dat dit een film is voor mensen die wel eens heel erg van iemand hebben gehouden maar ook wisten: “dit gaat niet lukken.””

Eduard kiest ervoor om het met een vrouw te proberen…

“Dat overkomt hem ook. Inmiddels zijn we gewend, en is het heel erg acceptabel dat homo’s op hun veertigste nog uit de kast komen.Daar hebben we als Nederlandse maatschappij wel begrip voor. Maar als een homo het op latere leeftijd ook eens met een vrouw wil proberen dan vindt men dat raar. Terwijl ik dan denk: “wat is precies het verschil?”

Hebben Edurne en Eduard het nou wel of niet met elkaar gedaan?

“In de film zie je het ze niet doen. Ik denk dat zij best een vorm van seks met elkaar kunnen hebben. Ik vond het belangrijker om de seks tussen de twee mannen uit te beelden. Daar is niet over nagedacht, dat is er gewoon. Rauw en echt. Dat moesten we te zien krijgen.”