+31 (0) 621294377
journalist, Amsterdam

Interview Sjarel Ex // Boijmans van Beuiningen

2016 ⋅ MacFan

Sjarel Ex en de ideeën die de werkelijkheid vergroten

De man die ‘zelfs nog van een pingpongbal zou kunnen uitleggen wat er zo mooi aan is.’ Zo omschreef documentairemaker Sonia Herman Dolz de directeur van Museum Boijmans Van Beuningen: Sjarel Ex. Een museum met een iMac in de collectie… en ambitieuze plannen voor een collectiegebouw dat ook frappant veel overeenkomsten vertoont met Apple. Laura Kemp zoekt de museumdirecteur op.

 

MacFan_CharelEx_001

Tekst Laura Kemp
Beeld Pim Top

In de documentaire Conducting Boijmans die eerder dit jaar op het International Film Festival Rotterdam in première ging, toont Sjarel Ex zich als een directeur met bravoure en verbeeldingskracht en als uitmuntend onderhandelaar. Misschien is het de manier waarop hij snel verbanden kan leggen, met als bewijs het museum zelf, dat architectuur, schilder-, beeldhouw- en keramische kunst moeiteloos combineert. Maar speelt technologie daar ook een rol in?

We vragen het hem maar eens gewoon. Ex ontvangt ons in zijn kantoor op de derde verdieping van het museum. Hoge ramen, met uitzicht op een mix van voor- en na-oorlogs Rotterdam.

Ik zie bij u op tafel een iPhone, maar óók een Blackberry liggen…

Ex lacht, pakt zijn Blackberry op en houdt hem omhoog. ‘Hiermee word ik dus op straat aangesproken; mensen die verbaasd vragen waarom ik in godsnaam nog een Blackberry heb. Maar ja, de Blackberry vind ik nog steeds ongeëvenaard vanwege zijn tactiliteit. Je kunt met een Blackberry heel makkelijk met twee of drie vingers typen zonder dat je dit hoeft te doen,’ – Ex maakt een dramatisch handgebaar – ‘waarbij je bijna een vioolspeler moet zijn. Ergonomisch is dit gewoon heel prettig. Ongelooflijk! Maar ze zijn dus helemaal niet meer en vogue, die dingen. Het gekke is dat ze wél helemaal zijn mee-geëvolueerd. Er komen nog steeds goede, nieuwe modellen op de markt. Ook de beeldlaag is goed, plus ze hebben een eigen netwerk. Ik vind het prettig om mijn telefoon en e-mail te scheiden bij mijn werk. Als ik een zakelijk telefoongesprek moet voeren, kan ik tegelijkertijd op het andere apparaat checken wat ik daarvoor nodig heb. Het komt behoorlijk veel voor hoor: iPhone in de linkerhand, Blackberry in de rechterhand. En ze passen ook prima in de broek- en kontzak.’

Wat was uw eerste computer? 

‘De IBM was de eerste computer, en als student kon je die natuurlijk helemaal niet betalen. Ik kom uit de tijd dat je een manuscript schreef, dat moest dan naar de conrector, en dan ging je ’s avonds naar een station in Nederland om daar de overdracht te doen van een pakje met een floppy erin. Dat kon je niet aan de PTT overlaten, want dat duurde te lang.’ Ex lacht: ‘Er was een formele versie van de IBM, maar ook een ‘informele’ versie die de helft kostte. En ja, dat was wat iedereen had, wat een bakbeest, en grommen dat het deed! Mijn goede vriend had er een handeltje in. Maar dat deed iedereen dus he?’

Heeft u hem nog?

‘Ik heb hem nog steeds! Ja, natuurlijk die staat in de kelder, ik heb ze allemaal nog.’

Over bewaren gesproken. Boijmans van Beuningen heeft ook een oude iMac in de collectie. Van het model ‘bureaulamp’.

‘We verzamelen heel veel nieuwe ontwikkelingen in onze gebruikscollecties. Het zijn meestal geschenken. Van de eerste televisies tot de eerste fietsen. Ik zou heel graag de eerste Daffodil 33 tentoonstellen, het liefst een kanariegele. Dat waren fantastische auto’s die even hard achteruit als achteruit konden. Dat heb ik zelf ook geprobeerd. Het Dafje van mijn neef staat momenteel onder een hooiberg ergens in Nederland. Ik probeer hem al jaren zover te krijgen om dat ding aan ons uit te lenen, maar mijn neef wil dat niet. Tja, het is een tak van de familie met hun eigen overwegingen…’

Boijmans staat erom bekend dwarsverbanden te leggen, bijvoorbeeld tussen kunst en design. Wat is volgens u het verschil?

‘Een ontwerper gaat het om de uitwerking van een idee, een kunstenaar werkt op intuïtie met een gevoelsmatig eindpunt. Dat is een heel groot verschil. Maar het mooie is dat de beste design en de beste kunst vaak heel goed samen gaan. Zo kun je waanzinnige kunstwerken uit bijvoorbeeld Azië, op hetzelfde niveau ervaren als een fantastische stoel van Remy. Kunst, design, oude meesters, nieuwe meesters, keramiek. We zijn gewend om meerdere  disciplines die soortelijk van elkaar verschillen toch op één niveau te behandelen. Namelijk als iets met heel veel visuele informatie.’

Dat klinkt inspirerend, maar in de toekomst dan? Veel technische ontwikkelingen zijn digitaal. Bent u niet bang wat voor invloed dat gaat hebben op musea, collecties en tentoonstellingen?

‘Nee joh, dat is juist inspiratie! Eigenlijk gebeurt er nu wat er ook begin twintigste eeuw gebeurde. In 1917 werd voor het eerst het woord ‘surrealistisch’ gebruikt, door Apollinaire, een heel goede kunstcriticus. Hij zei: ‘Er worden nu dingen gemaakt, die in de werkelijkheid niet bestaan, maar in de kunst wel.’ Hij zag dat er iets begon te gebeuren dat boven het naturalisme uitsteeg. Dat had te maken met de opkomst van Freud en ‘Traumdeutung’, waarin het onderbewuste motieven gaf voor wat je in de werkelijkheid kon zien: surrealistisch! En wat je nu ziet, is dat de virtuele wereld in feite diezelfde positie inneemt. Het bijzondere is, dat de inspiratie die daaruit voorkomt ook wel weer een deel van de werkelijkheid zou kunnen worden, omdat je daardoor weer technieken, ideeën en ontwikkelingen in gang zet, die inspiratie vormen voor de werkelijkheid. Dus eigenlijk is het een estafette. Een afwisseling tussen bedenken en innoveren en vervolgens de werkelijkheid ermee vergroten.’

Dat vraagt om een voorbeeld…

‘New York bijvoorbeeld, iedereen die daar komt, ervaart een gevoel van nieuwheid. Maar New York is eigenlijk stokoud, want de stad roest werkelijk uit elkaar. Toch merk je dat dat ‘nieuwe’ gevoel nog steeds door-ijlt. Als het licht van een ster, terwijl die ster misschien niet eens meer bestaat. Goede innovatie brengt een golf teweeg. Dus ook als Apple al lang niet meer bestaat, zullen de effecten blijven voortbestaan. En wat die effecten precies zullen zijn, dat weet ik niet, maar misschien wel die totaalontwikkeling van transparantie en glas. En laat dat nu precies zijn wat we met ons Collectiegebouw gaan doen…’

‘New York is eigenlijk stokoud, want de stad roest werkelijk uit elkaar. Toch merk je dat dat ‘nieuwe’ gevoel nog steeds door-ijlt.’

 

MacFan_CharelEx_002

Het Collectiegebouw. Daar gaan we het natúúrlijk over hebben. Een uiterst ambitieus project, waar u heel veel moeite voor heeft gedaan. Is het al zeker dat het doorgaat?  

‘We hebben nog één obstakel en dat is een serieus proces met de Provinciale Staten. Die hebben toch nog wel wat punten. Maar het geld is er en het is absoluut zo dat wij nu denken dat het doorgaat.’

Kennelijk ongehinderd door deze laatste drempel vervolgt Ex: ‘De buitenkant van het gebouw wordt ongelooflijk, want je ziet een panaroma van de stad! Door middel van een spiegel die alles naar tien procent verkleint, gaan we heel veel zien: ook veel lucht en wolken.Dus doordat het kleiner wordt, kan er ook meer op. Het lijkt een virtuele ervaring, maar het is echt.’

Ergens doet het ontwerp denken aan de spaceship-campus die Apple aan het bouwen is. Rond, transparant, en veel groen. 

‘Juist! Daar was ik me niet van bewust, maar het verbaast me niet. Wat we gaan proberen, is om van het tweedimensionale dat je ziet op een iPhone, iets driedimensionaals te maken. Wat je op het beeldscherm van een iPhone ziet, is prachtige heldere informatie. Dat heeft veel te maken met het glas, en dat komt terug in de sfeer van een Apple-winkel. De buitenkant van ons nieuwe depot, dat hebben we nu in ons hoofd. Nu zijn we bezig met het ontwerp van de binnenkant. Het atrium bestaat uit vijf enorme trappen van 36 meter. We hebben tegen de architect, Winny Maas, gezegd: je mag iets ontwerpen dat bijna niet meer te tekenen is, laat staan dat het voorstelbaar is. Het ontwerp is geïnspireerd op Piranesi, hij was van grote invloed op Escher. Piranesi was een architect die alleen maar dingen bedacht die onbouwbaar waren. Hij werd als tekenaar vervolgens heel beroemd. Iedereen dacht, die man is gek.’

‘We hebben tegen de architect, Winny Maas, gezegd: je mag iets ontwerpen dat bijna niet meer te tekenen is, laat staan dat het voorstelbaar is.’

‘Kijk.’ Ex schuift de bouwplattegrond naar het midden van te tafel. ‘Aan de binnenkant is er nu nog een grote bak lucht, en we zijn aan het kijken, hoe we die lucht kunnen gebruiken om nieuwe collecties te tonen. En hier zie je,’ zijn vinger glijdt over de optische ontwerpen, ‘dat de trappen dwars door de werken heen crossen. Als het ware kom je in een virtuele ruimte waarin je op allerlei manieren de collectiestukken langs je heen ziet komen. Jij bent degene die beweegt, maar je komt wel langs de meest te gekke conglomeraties van driedimensionale voorwerpen.’

En waar is dat allemaal van gemaakt?

‘Kristalglas. En guess what, het soort glasplaat dat wij zoeken, wordt op dit moment gemaakt door een glasfabriek in het bezit van Apple. We gaan dus proberen om glas van Apple te gebruiken voor ons nieuwe depot. Het is prachtig, kristalhelder en naar mate je er meer in investeert, zou je een opening en dat glas niet meer van elkaar kunnen onderscheiden. Het is een glas waarmee je kunt bouwen en je kunt er ook dingen aan bevestigen. We hebben nog wel vragen. Want hoe hang je een schilderij op aan glas? Het heeft met dikte te maken, met zwaartekracht. En dat vind ik belangrijk als museum: de zoektocht om die virtuele ervaring die voor ons ontzettend interessant is, om te zetten in een tastbare beleving.’

Is dat tastbare belangrijk omdat je kunst tegenwoordig ook gewoon online kunt zien? Je kunt Picasso ook googelen.

‘Ik durf met zekerheid te zeggen, dat door de exposure op het internet, de behoefte aan de werkelijke ervaring juist groter wordt. Vroeger zei men nog wel eens tegen musea: “Jullie moeten niet teveel kunstwerken op het web zetten, want dan raak je de controle over het beeld kwijt.” Maar we merken juist dat naar mate iets bekender raakt, iedereen naar het kunstwerk wil komen. Men wil het ervaren.’

Om zijn punt te bewijzen neemt Ex ons mee naar de tentoonstelling van Ugo Rondinone. Het is sluitingstijd geweest, en daar staan we dan, in een grote zaal, zonder publiek, in het gezelschap van vijfenveertig clowns. Het voelt eerst vervreemdend en daarna kalmerend, zo samen met die liggende, zittende en gapende poppen.

Ik was vroeger beetje bang voor clowns.

‘Dat is begrijpelijk, maar als je hier een tijdje rondloopt, zul je merken dat deze sculpturen een meditatieve staat kunnen oproepen.’

Is dat een unieke kracht van de tastbare werkelijkheid? 

‘Zeker. Alleen al omdat ik denk dat er in de werkelijkheid nog steeds dertigduizend meer kleuren zijn dan in die machines. Op het moment dat je je ogen daadwerkelijk de kost geeft, komt er een contact tot stand tussen jou en het kunstwerk, waar een andere hand, een andere bedoeling of een andere geest in zit. Wij zijn allemaal nog veel beter dan het beste apparaat!’

En terwijl we daar zo staan, een beetje verloren tussen die clowns, is het haast onmogelijk om hem niet te geloven.

MacFan_CharelEx_003