+31 (0) 621294377
journalist, Amsterdam

Vluchtelingen en studenten wonen samen op een campus: hoe gaat dat er aan toe?

2016 ⋅ Tekst

riekerhaven-1

 

Het is een primeur in Europa: In Amsterdam Nieuw-West wonen studenten en jonge vluchtelingen samen op een soort grote wooncampus. Hoe gaat dit er aan toe? Laura Kemp bezoekt samen met fotograaf Julie Hrudova het pas geopende ‘Startblok Riekerhaven.’

Gepubliceerd op Mindshakes
Fotografie: Julie Hrudova


Als ik mijn arm uitreik om ook trekje van de waterpijp te nemen, pakt Omar (21) mijn hand en slaat daarmee op die van hem. Met een serieuze glimlach zegt hij: “eerst op mijn hand tikken, daarna pas afpakken, dat doen we uit respect.” Ik sla hem op zijn hand, pak de waterpijp en neem een hijsje. Aardbeiensmaak.

IMG_6989

Ghaith (21).

Samen met fotograaf Julie Hrudova ben ik een middagje hangen op Riekerhaven in Amsterdam Nieuw-West; een voormalig sportpark dat door de gemeente Amsterdam en woningbouwvereniging De Key is omgevormd tot ‘Startblok’ voor 550 jongeren. Het is het eerste initiatief in Europa waar studenten en jonge vluchtelingen met een verblijfsvergunning (statushouders) op één plek samenwonen. Vandaag vindt bovendien het ‘Welkomstfestival’ plaats. Er is muziek, een bar, en de stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Nieuw-West, Achmed Baâdoud houdt een aanmoedigende speech op de binnenplaats die omringd wordt door de witte containerwoningen.

IMG_7042

Alle statushouders die hier wonen zijn geselecteerd en samengesteld door de gemeente. Het gaat voornamelijk om Syriërs en Eritreeërs. De Nederlandse studenten moesten een selectieprocedure door. Het startblok is bedoeld om de bewoners, allemaal tussen de 18 en 28, voor maximaal vijf jaar te huisvesten. Ze hebben een manifest ondertekend met geboden als:

‘Je helpt en inspireert elkaar in je persoonlijke ontwikkeling’ en: ‘Je ontwikkelt jezelf in maximaal vijf jaar, zodat je klaar bent om een volgende stap te maken.’ Een ander uitgangspunt is dat de bewoners zoveel mogelijk zelf fixen en organiseren.

“Sommige Nederlanders denken dat ik geen ‘hallo’ tegen vrouwen zeg.”

Omar en zijn vriend Ghait (21) hebben het er naar hun zin. Ghait zegt: “Over een maand beginnen we met onze studie aan de VU. Daarvoor moeten we snel Nederlands leren. Dat gaat sneller op een plek als deze, waar we samen wonen met Nederlandse studenten. We hebben geen tijd meer te verliezen.”


De twee vrienden ontmoetten elkaar in een asielzoekerscentrum in Doetinchem. De reis uit Syrië maakten ze apart, allebei in hun eentje. Omar dreunt het rijtje op van landen waar hij tijdens zijn vlucht uit Syrië doorheen trok:  “Libanon, Turkije. Ja, ook op de boot naar Griekenland. Toen Macedonië, Servië, Hongarije, Slowakije, Oostenrijk, en via Duitsland naar Nederland. Bijna alles te voet! In 25 dagen.”

Ghait: “Ik werd opgeroepen om in het Syrische leger te vechten en ik moest dus zo snel mogelijk weg. Ik had bedacht om naar Zweden te gaan omdat ik veel van de natuur houd. Maar eenmaal hier, was mijn geld op.” Hij neemt een hijs van de waterpijp en wijst naar de bomen; “Nederland is ook goed. Er is veel groen en de zon schijnt vandaag. Ik wil gewoon ergens wonen waar vrede is. We kunnen hier werken, zwemmen en naar de disco.” Omar vertelt: “Ik stond op het treinstation in Wenen en daar besefte ik eigenlijk pas dat ik een eindbestemming moest kiezen: Duitsland, Nederland, Zweden? Ik heb toen voor Nederland gekozen, puur op gevoel. Het is soms wel raar, sommige mensen zijn verbaasd als ze ontdekken hoe we zijn. Dan denken ze dat ik bijvoorbeeld geen ‘hallo’ tegen vrouwen zeg. Iets feller: “Maar zo zijn Syriërs helemaal niet!”

De ouders en het broertje van Ghait moesten achterblijven in Damascus. “Alles is daar kapot. Concreet betekent dat dus dat mijn broertje zijn telefoon niet kan opladen en mijn ouders hun kleren niet kunnen wassen. Het laatste bombardement hebben zijn ouders overleefd. Omar’s familie woont niet in de stad, maar in een klein dorp aan de grens met Libanon. Hij zegt: “Ik probeer natuurlijk zoveel mogelijk met mijn ouders te Skypen, maar het internet daar is vreselijk. Mijn ouders zijn oud, die kunnen daar nooit meer weg.”

Ik ben er stil van en vraag of ze bang zijn dat ze last gaan krijgen van alles wat ze hebben meegemaakt. Omar zegt: “Misschien klinkt dit heftig voor jou, maar voor ons is het vluchten nu verleden tijd. We kijken alleen nog naar de toekomst. We gaan het hier maken.”

IMG_6998

Alles is tweedehands
De volgende ontmoeting is met Deniz (21), een Nederlandse bewoner die ons rondleidt door een van de gebouwen. Ondertussen legt hij zijn motivatie voor wonen op Riekerhaven uit: “Ik wil graag mensen helpen maar tegelijkertijd ben ik ook jong en ambitieus en wil ik aan mijn eigen toekomst werken. Op Riekerhaven kan ik tussen het studeren door makkelijk bijspringen, vragen beantwoorden of iets vertalen. Enne… eerlijk gezegd sprak de lage huur me ook aan.” Deniz neemt ons mee naar zijn appartement. Het is 23 vierkante meter met een bed, bureau, planten en keurig uitgestalde flesjes bier. Deniz is er trots op: “Alles wat je ziet heb ik tweedehands op de kop getikt. De gemeenschappelijke woonruimte is nog niet af, maar daar wordt hard aan gewerkt.”

Het valt op dat niet alle bewoners die we tegenkomen zo betrokken en vastberaden lijken te zijn als Deniz, Omar en Ghait. Op de balkons staan jongen mannen geïsoleerd naar beneden te turen. Anderen zitten binnen op bed, met het gezicht naar de muur. De muziek, de mensen en de zon op de binnenplaats gaan volledig langs ze heen.

IMG_7127

“Het is een illusie dat iedereen hier helemaal vrijwillig is,” zegt Deniz. De Nederlandse studenten wel, bij ons was zoveel animo dat er zelfs mensen afgewezen moesten worden. Maar voor de statushouders is dat een ander verhaal, die zijn hier gewoon geplaatst. Waar ik me in heb vergist, is dat de mensen die hier wonen ook meteen gelukkig zijn.”

“Waar ik me in heb vergist, is dat de mensen die hier wonen ook meteen gelukkig zijn.”

IMG_7062

Deniz (21)

Het verdriet lijkt zich vooral binnen de muren af te spelen. Als voorbeeld laat Deniz een Facebookpost zien van zijn Syrische ganggenoot; het is een foto van een jongetje van zeven, met daaronder een tekst in het Arabisch. Toen Deniz de post vertaalde op Google, vermoedde hij al dat er iets ergs was gebeurd. “Ik klopte op de deur van mijn buurjongen, maar hij deed niet open. Later kreeg ik toch een appje; ik mocht binnenkomen. Om half een ’s nachts zat ik naast zijn bed. Het bleek om een foto van zijn kleine neefje te gaan, die diezelfde ochtend was doodgemarteld bij de grens tussen Syrië en Libanon. En dan zit je hier in je eentje.” Juist door de mogelijkheid tot dit soort ontmoetingen is Deniz zo overtuigd van dit project. “Het is voor mij niet veel moeite om een half uur bij iemand op de kamer te praten. Maar het is zo belangrijk dat je dit niet helemaal alleen doormaakt. Ik ben blij dat hij zich voor mij openstelde.”

Over het algemeen gaat het contact maken met de Syrische bewoners wel goed, vertelt ook Romy (22) een andere Nederlandse student die op het festival achter de kassa staat. Maar bij de andere grote groep statushouders op Riekerhaven, de Eritreeërs is dat lastiger.

“Tigrinya, de hoofdtaal van Eritrea, staat niet eens op Google Translate!”

Steeds meer Eritreeërs vragen asiel aan in Nederland. Eritrea is een gesloten eenpartijstaat, zonder vrijheid van meningsuiting, geen vrijheid van religie en arrestaties zonder proces. De Eritrese vluchtelingen lijken een groep die minder opvalt en ook op Riekerhaven zijn ze nog geïsoleerd. Romy vertelt: “We hebben veel last van de taalbarrière. De meeste Eritreeërs hier spreken geen Engels, en Tigrinya, de taal die de meerderheid van de mensen daar spreekt, staat niet eens op Google Translate!”

IMG_7201

De Eritrese vrouwen Merkeb, Feruz en Melly.

In een hoekje op het festivalterrein komen we in contact met een groepje jonge Eritrese vrouwen. Zij horen bij de 15 procent vrouwelijke bewoners van de vluchtelingen op het Startblok. Ze zijn verlegen, en spreken nauwelijks of zacht. Uiteindelijk blijkt één meisje toch een beetje Engels te kunnen. Ze schrijft de namen van hun drieën op een papiertje: Merkeb, Feruz en Melly. Merkeb wil fotomodel worden, Feruz verpleegster en Melly is nog aan het nadenken over wat ze precies wil.

Startblokken door heel Nederland?
Ik ben onder de indruk van deze impressies, flarden van verhalen en geschiedenissen die samenkomen. Het lijkt erop dat de Nederlandse studenten gemotiveerd zijn om hun verantwoordelijkheid op Riekerhaven te dragen. Maar natuurlijk zijn zij geen gouden formule. Aan de ene kant zijn deze statushouders uitgekozen om hun leven op te bouwen in een kansrijke omgeving, aan de andere kant, gaat de oorlog voor hun families gewoon door. Dat is een bizar besef.

IMG_7044

De komende jaren moet gaan blijken of Riekerhaven het project zal worden waar iedereen zo op hoopt. Of het als pilot kan dienen voor andere steden in Nederland. Dat het laat zien hoe je ondanks de ondenkbaar complexe problematiek van de helft van de bewoners, taalbarrières, trauma’s en cultuurverschillen samen kunt leven en elkaar echt kunt helpen en stimuleren. Of het een stadsdorpje wordt waarin plannen van de gemeente, maar vooral de plannen van de bewoners zelf worden uitgevoerd en zo een fundament voor de toekomst kunnen scheppen.


Wil je ook eens langs bij Riekerhaven? Zie hier evenementen om en rond Riekerhaven.